Fractiestandpunten
Tariefstelling binnensportaccomodaties
Heusden, 21 december 2011
Standpunt D66 t.a.v. binnensport
Met het uitgangspunt
van het raadsvoorstel, om tot een evenwichtige tariefstelling te komen voor het gebruik van gemeentelijke binnensportaccomodaties, als voorgesteld inscenario 2
, kunnen wij instemmen, voor dit moment, vanwege de tijdsdruk.
Wij zijn het echter niet eens met de manier waarop dit uitgangspunt is uitgewerkt. De reden daarvoor is de verkeerde keuze van de grondslag van de berekening en van de verkeerde wijze waarop de reële kosten bij de gebruikers in rekening worden gebracht.
Ondanks de lange voorbereidingstijd die is genomen om tot een voorstel te komen, is het College er niet in geslaagd een voorstel te formuleren, dat leidt tot de noodzakelijke helderheid en een redelijke kostenallocatie, voor de lange termijn.
Sportaccomodaties zijn per definitie vastgoedaccomodaties. De Rekenkamercommissie Heusden heeft op 15 december 2011 haar rapport gepubliceerd ‘Toetsing beleid gemeentelijke eigendommen’, dat een tamelijk vernietigend oordeel inhoudt over de wijze waarop tot nu toe door de gemeente Heusden het gemeentelijk vastgoed wordt gemanaged.
Al in augustus van dit jaar werd door D66 een notitie ‘Efficiënt gebruik van gemeentelijk vastgoed’ ingediend, waarin een serieuze aanpak van dit onderwerp wordt bepleit. Daarin wordt een aantal fundamentele keuzes voorgesteld, waarmee het vastgoedbeleid voor de
komende jaren, in zijn geheel, in goede banen kan worden geleid. D66 heeft bij het indienen van deze notitie eerst het College en de gemeentelijke organisatie in de gelegenheid gesteld daarop een reactie voor te bereiden. Die reactie is tot nu toe uitgebleven, maar het onderwerp is nu wel geagendeerd voor de raadsvergaderingen in het begin van het nieuwe jaar. Eindelijk.
Met het voorliggende voorstel ‘Nulmeting en tariefstelling binnensportaccomodaties’ wordt een aantal keuzes gemaakt voor de toekomst. Uit de teneur van het stuk is op te maken dat enkele
van de in onze notitie beschreven uitgangspunten wel, en andere niet worden gedeeld.
D66 is van mening dat de verkeerde volgorde wordt gehanteerd in de besluitvorming: éérst moet je vaststellen wat je algemene beleidsuitgangspunten zijn, daarna stel je vast hoe die in concrete situaties worden toegepast. Bij de tariefstelling sportaccomodaties worden de fundamentele keuzes overgeslagen, of althans onvoldoende expliciet gemaakt.
Het in het raadsvoorstel opgenomen
Scenario 1, tariefstelling op basis van kostenverrekening, is vanzelfsprekend fout. Niet alleen omdat de tarieven dan te zeer zouden variëren ten gevolge van een wisselend gebruik door verschillende doelgroepen, maar meer principieel omdat het exploitatierisico, in casu fluctuatie van inkomsten door een wisselende bezettingsgraad, bij de eigenaar hoort te liggen, niet bij de huurder. De kostprijsbenadering op basis van toerekening van rente en afschrijving over de resterende boekwaarde leidt bovendien tot volkomenwillekeurige prijsverschillen tussen jongere en oudere accomodaties, die geen of onvoldoende relatie hebben met verschillen in gebruikskwaliteit.
Het in het raadsvoorstel opgenomen
Scenario 2 is gebaseerd op ‘marktconforme’ prijzen. Uit de toelichting blijkt dat het hier niet om marktconforme prijzen gaat, maar om - eveneens gesubsidieerde - prijzen die door andere gemeenten worden gehanteerd. Marktconform is iets anders: dat is ‘de jaarhuur die behaald kan worden uitgaande van een optimale marketing, een willige markt en verhuur aan de meest biedende gegadigde, exclusief BTW en bijdrage servicekosten’ (Vastgoedbeheer Lexicon, prof. Keeris).Hoewel dit niet expliciet stond vermeld, zijn de in het voorstel Scenario 2 genoemde huurtarieven inclusief servicekosten. Nagedacht moet worden over mogelijkheden om de gebruikers te stimuleren om deze servicekosten - met name energiekosten - zo laag mogelijk te houden. Van het huidige tariefstelsel gaat wat dit betreft geen enkele stimulans uit. Hier worden kansen gemist.
In onze eerder genoemde notitie ‘Efficiënt gebruik gemeentelijk vastgoed’ worden door D66 voorstellen gedaan om voor al het gemeentelijk vastgoed kostprijsdekkende huurprijzen in rekening te brengen, gerelateerd aan de reële marktwaarde. Kosten voortvloeiend uit het gebruik moeten - als servicekosten - afzonderlijk in rekening worden gebracht.
Als blijkt, dat die prijzen te hoog zijn om door de betreffende vereniging of instelling gedragen te kunnen worden, dan moet eventueel het verschil als subsidie worden gegeven. De nu nog verborgen subsidies worden dan zichtbaar, waardoor wij in staat worden gesteld een evenwichtige tariefstelling - het doel van dit raadsvoorstel - ook daadwerkelijk te realiseren.Een nadere uitwerking is daarvoor noodzakelijk.
Wij zien wel in, dat het zeer wenselijk is, dat wij nu wel tot de vaststelling van nieuwe tarieven komen, om al in de zeer nabije toekomst aan de financiële taakstelling te kunnen voldoen. Wij zullen daarom het
voorstel wel ondersteunen, maar dit met de kanttekening dat de gemeenteraad, na behandeling van onze Notitie Efficiënt Gebruik Gemeentelijk Vastgoed en na behandeling van het rapport van de Rekenkamercommissie pas definitief kan vaststellen wat de tarieven uiteindelijk moeten gaan worden.J.W. Vonk
Tariefstelling buitensportaccomodaties
Heusden, 21 december 2011
Standpunt D66 t.a.v. binnensport
Met het uitgangspunt
van het raadsvoorstel, om tot een evenwichtige tariefstelling te komen voor het gebruik van gemeentelijke binnensportaccomodaties, als voorgesteld in scenario 4, kunnen wij instemmen, voor dit moment, vanwege de tijdsdruk.De verschillende bezwaren die wij hebben tegen de wijze van vaststelling, zijn al genoemd bij de behandeling van het voorstel voor de binnensportaccomodaties, en zijn ook op de buitensportaccomodaties van toepassing, die ga ik hier niet herhalen.
Met de prijsstelling in scenario 4 worden tarieven vastgesteld, die niet rechtstreeks verband houden met de werkelijke kosten. Voorop in de argumentatie staat, bijvoorbeeld, dat toepassing van de eerder vastgestelde 50%-regel (hetzij onverkort, danwel gemodificeerd) ‘tot een onoverkomelijke tariefstijging’ (pagina 3 van het raadsvoorstel) zouden leiden.
Als het in rekening brengen van de werkelijke kosten de verenigingen de das omdoet, dan moeten we daar inderdaad iets aan doen, daar is D66 het volledig mee eens. Het belang van de verenigingsactiviteiten voor de samenleving is groot, dat moeten we stimuleren. Maar wat we daar dan aan doen, moet wel zichtbaar gemaakt worden, zodat we tot een zuivere en rechtvaardige afweging komen.
Binnenkort komt in behandeling het D66 voorstel om voor al het gemeentelijk vastgoed kostprijsdekkende huurprijzen in rekening te brengen, gerelateerd aan de reële waarde.
Voor zover blijkt, dat die prijzen te hoog zijn om door de betreffende vereniging of instellinggedragen te kunnen worden, dan moet eventueel het verschil als subsidie worden gegeven.
De nu nog verborgen subsidies worden dan zichtbaar, waardoor wij in staat worden gesteld een evenwichtige tariefstelling - het doel van dit raadsvoorstel - ook daadwerkelijk terealiseren.
Een nadere uitwerking is daarvoor noodzakelijk.
Wij zien wel in, dat het zeer wenselijk is, dat wij nu wel tot de vaststelling van nieuwe tarieven komen, om al in de zeer nabije toekomst aan de financiële taakstelling te kunnen voldoen. Wij zullen daarom het
voorstel wel ondersteunen, maar dit met de kanttekening dat de gemeenteraad, na behandeling van onze Notitie Efficiënt Gebruik Gemeentelijk Vastgoed en na behandeling van het rapport van de Rekenkamercommissie pas definitief kan vaststellen wat de tarieven uiteindelijk moeten gaan worden.J.W. Vonk
Algemene beschouwingen
Heusden, 10 november 2011
De algemene beschouwingen ga ik niet gebruiken voor een opsomming van al onze standpunten. Ik ga proberen iets te zeggen, dat niet het ene oor in en het andere weer uitgaat.
Onderwerpen op detailniveau komen later nog wel aan de orde, in de vergadering waarin ze worden behandeld. Vandaag staat niet ons boodschappenlijstje centraal, maar het algemene beleid.
Ik wil het vooral hebben over drie belangrijke beleidsuitgangspunten, die te vaak in het gedrang komen, namelijk:
• Openheid
• Openbaarheid
• Verantwoording
Vanuit het gedachtengoed van D66, moeten bij álle beslissingen waar de raad en gemeentebestuur voor staan, wij ons primair laten leiden door het belang van de burger.
Het belang van de burger, dat wij vertegenwoordigen. Wij zitten hier als raadsleden niet voor ons zelf, het college zit hier niet voor zichzelf, de ambtenaren die het beleid moeten uitvoeren, zitten hier niet voor zichzelf.
Ik denk niet dat er iemand in de raad is, in het college, of bij de ambtenaren, die dit zal tegenspreken.
Hoe kan het dan, dat wij zo vaak te maken hebben met een gebrek aan openheid, een gebrek aan openbaarheid en een tekort aan verantwoording?
De treurige gang van zaken rondom de totstandkoming van nieuwe statuten voor Scala, deze zomer, geeft aan dat er te gemakkelijk wordt gezondigd tegen deze drie uitgangspunten:
• De Openheid moest worden afgedwongen: de stichting Scala was bezig haar bestuursstructuur te wijzigen, zonder enig overleg met de gemeente. Scala was juridisch tot dat overleg verplicht. Wij hebben allemaal gezien, met hoeveel tegenzin en hoe belabberd Scala aan de gestelde eisen is tegemoetgekomen.
• Pas doordat die openheid werd afgedwongen, kon een Openbare behandeling van de door Scala opgestelde voorstellen plaatsvinden. Het college had hierin veel eerder en veel sterker een actieve rol moeten innemen.
• In de openbare behandeling is het element Verantwoording helaas grotendeels ten onder gegaan. De raad heeft de kans volledig laten liggen, om Scala dwingen tot een betere inhoudelijke verantwoording over haar beleid voor het Openbaar onderwijs. En dat, terwijl het openbaar onderwijs bij uitstek een verantwoordelijkheid is van de gemeente!
Gelukkig mogen wij ook constateren dat in een aantal gevallen het college wel degelijk luistert naar bezwaren van de raad en daar ook op inspeelt. De Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat is daarvan een goed voorbeeld. Een jaar geleden vroegen wij aandacht voor dit onderwerp, nadat wij nota bene uit de krant hebben moeten vernemen dat er een belangrijke samenwerkingsovereenkomst was gesloten waarin de gemeente Heusden partij was, zonder dat de raad daarin, op welke wijze dan ook, gekend was. Wethouder Buijs heeft dit goed opgepakt en in januari werd een speciale thema-avond aan dit onderwerp gewijd. Lof daarvoor, en een aanbeveling om de raad veel meer en in een veel eerder stadium bij belangrijke onderwerpen te betrekken. Ook de thema-avond over de mogelijke ontwikkelingen van de Poort van Heusden is een positieve stap.
We moeten er natuurlijk wel voor blijven waken dat dit soort avonden niet ontaardt in een fopspeen met schijndemocratie, maar goed, daar zijn wij als raad zelf bij en ook verantwoordelijk.
Een volkomen tekort aan Openheid, Openbaarheid en Verantwoording zien wij op het terrein dat in financiële zin het allerbelangrijkste is voor onze gemeente:
• Dat is het terrein waarop naar schatting meer dan 90% van de bezittingen van de gemeente vastligt.
• Dat is het terrein waarop bijna alle financiële verplichtingen, in langjarige leningen die de gemeente is aangegaan, vastligt.
• Dat is het terrein waarvan wij als raad vrijwel niets weten.
• Dat is het terrein waarvan wij vrezen dat ook het college er véél te weinig zicht op heeft, om verantwoord te kunnen handelen.
Ook het vorige jaar, tijdens de algemene beschouwingen, hebben wij aandacht gevraagd voor zowel een beter zicht op de omvang van de risico’s die de gemeente loopt met betrekking tot de grondexploitatie, alsook voor de uitwerking van een nieuw beleid voor de exploitatie van gemeentelijke eigendommen.
Er is een schrijnend tekort aan Openheid op deze terreinen, niet alleen naar het publiek, maar ook naar de raadsleden.
De informatie die aan de raad verstrekt wordt over de grondexploitatie heeft alle kenmerken van een kluitje in het riet. D66 heeft daarom, in augustus, een voorstel aan de raad gezonden, voor een andere wijze van rapportage over de grondexploitatie, zodat wij een beter inzicht krijgen in de risico’s die er werkelijk gelopen worden. Wie dit voorstel leest, begrijpt onmiddellijk dat wij aan de informatie die wij tot nu krijgen, eigenlijk niets hebben.
Dit voorstel is nog niet aan de raadsleden doorgezonden, omdat het college dit verder ambtelijk wilde laten voorbereiden. Dat is best, maar dat hoeft toch geen drie, vier maanden te duren. Het is echt geen ‘rocket science’, wat wij voorstellen.
Hoofdstuk 3 van de begroting 2012 komt voor een heel klein deel aan de door ons geuite bezwaren tegemoet. Uit de samenvatting van risico’s op pagina 75 blijkt overigens, dat 85% van alle gesignaleerde risico’s betrekking heeft op de vaste eigendommen.
D66 heeft in augustus nog een tweede voorstel ingediend, en dat heeft betrekking op het efficiënte gebruik van het gemeentelijk vastgoed. Hier liggen potentieel grote besparingen, die zich nu nog aan het zicht onttrekken. Ook deze notitie laat het college eerst ambtelijk voorbereiden. Wij hebben begrepen dat behandeling daarvan is ingepland, in de vergaderingen van december. Na zo een gedegen voorbereiding, hopen wij dat de behandeling snel tot daden zal leiden.
Niet alleen aan de openheid naar raad en burger schort het. Wij zijn van mening dat veel meer informatie over deze beide onderwerpen, grondexploitatie en gemeentelijk vastgoed, in de Openbaarheid kan worden gebracht. De overmatige terughoudendheid daarin, is wat ons betreft volstrekt onnodig. Wij vragen daarin van het college een herbezinning.
Het spreekt vanzelf, dat het afleggen van Verantwoording volledig in de knel komt, wanneer openheid en openbaarheid ontbreken. Dat is uiterst schadelijk voor de democratie.
Wij spreken het vertrouwen uit dat raad en college in het komende jaar constructief zullen samenwerken om de basisuitgangspunten recht te doen: Openheid, Openbaarheid en Verantwoording.
D66 Heusden
Han Vonk
parkeerproblematiek in Nieuwkuijk
Vlijmen, 7 november 2011
D66 is in de gemeente Heusden hèt aanspreekpunt geworden voor wijkbewoners die hinder of zelfs gevaar ondervinden van massaal (verkeerd) geparkeerde automobielen.
Ja, dat komt zelfs bij ons in het dorp voor.
Nee, D66 is niet voor autootje pesten. Als we dit probleem zonder BOA's of politiemacht kunnen oplossen, dan graag.
Nee, D66 is ook niet vóór betaald parkeren als dat geen ander doel dient dan geld binnen te halen.
Nee, D66 is ook niet de partij die het autobezit en -gebruik wil bevorderen.
Ja, wij denken dat burgers heel goed in staat zijn om dergelijke problemen in goed overleg met de gemeente op te lossen.
In Nieuwkuijk loopt het geregeld de spuigaten uit. De D66-fractie heeft er op 14 juli al vragen over aan het College gesteld. Omdat het antwoord niet bevredigend was en de procedure veel langer duurt dan nodig is, beloofd en/of verwacht, heeft onze fractie deze vragen in een andere vorm herhaald. We hebben het opnieuw laten agenderen voor de eerstkomende commissie en de raad.
Wij kunnen ons goed verplaatsen in die mensen die deze hinder ondervinden. Oplossen kunnen dat niet voor hen. Wat we wel doen is de besluiteloosheid van het College aan de kaak stellen, hun reflex om verantwoordelijkheid te ontlopen en om - in de aanloop naar definitieve oplossingen - geen handhavingscapaciteit beschikbaar te stellen.
Wij kunnen ons voorstellen dat mensen die een probleem ervaren door deze houding nog bozer worden en het geloof en vertrouwen in de politiek verliezen. D66 wil graag voorkomen dat het zover komt.
Geëngageerde burgers dienen serieus te worden genomen. Ook door het College van B&W van de gemeente Heusden.
uw afdelingsvoorzitter
--------------------------------------------------------------------
Vragen over het Geerpark
Vlijmen, 23 december 2010
Geacht College,
Het baart onze fractie zorgen dat er bij de planvorming voor het Geerpark nog geen begin van een integrale visie op parkeren is ontwikkeld. Daar waar Duurzaam Bouwen met experimenten en idealisme gekruid mogen zijn, is die combinatie voor parkeren naar onze mening een zeer onvruchtbaar mengsel.
De overheid kan in het Geerpark drie benaderingen kiezen als het gaat om parkeren.
Het volledig meegaan met de preferenties van de verwende automobilist: gratis, dichtbij, altijd beschikbaar, schoon, licht, veilig, overdekt en verwarmd.
Het volledig negeren van de preferenties van de individuele automobilist, wat inhoudt dat het milieu ook hier centraal staat en dat hij de reële kosten voor het parkeren krijgt toegerekend.
Het op een intelligente en professionele manier meegaan met en geleiden van het parkeergedrag van de automobilist en dit alles volledig ten dienste van de leefbaarheid van de wijk.
A. Is het College het eens met de fractie van D66 dat voor de derde optie moet worden gekozen?
Uit de casus Mondriaanpark is iets te leren over parkeergedrag.
Veel is ook te leren van de fouten die zijn gemaakt in de VINEX-wijken.
Nog meer is te leren van de vele bruikbare publicaties die door kennisinstellingen zoals het CROW, KpVV, VEXPAN en het nieuwe Kenniscentrum Parkeren zijn uitgegeven.
Bij dit alles moeten we bedenken dat het aantal auto’s na 2011 nog met tientallen procenten zal gaan toenemen, ook en zelfs wanneer het Geerpark tot de duurzaamste wijken van Nederland mag worden gerekend.
Was een auto in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog vooral een zakelijk of een luxegoed, nu is een auto praktisch voor iedereen bereikbaar en is het eerst en vooral een gemaksproduct. Men gebruikt de auto veel en vaak, vooral voor korte ritjes en dan is het heel erg prettig wanneer die auto onder handbereik geparkeerd staat. Mensen met een verklaarde voorkeur voor milieuvriendelijke woningen gedragen zich hierbij niet wezenlijk anders dan andere mensen. De beleidsambtenaar die denkt dat hij tegen deze ontwikkeling kan ingaan die moet goede papieren hebben.
Een van die aangrijpingspunten zijn de kosten die parkeren met zich meebrengt.
De kosten van de parkeervoorzieningen komen vaak niet terecht bij diegenen die er gebruik van maken. Ze zitten veelal verstopt in de kosten voor bouwrijp maken of worden door subsidies c.q. grondkostendifferentiatie afgedekt. De gebruiker betaalt niet of niet bij benadering wat de voorzieningen kosten.
B. Is het College het eens met de fractie van D66 dat het profijtbeginsel als uitgangspunt moet dienen voor de parkeervoorzieningen in het Geerpark?
D66 is van mening dat een succesvolle benadering van de te verwachten parkeerproblematiek in het Geerpark uit vier elementen bestaat
preventie
overleg en commitment
differentiatie en realisatie
voorlichting en handhaving
Preventie
Het zal niet eenvoudig blijken om in een nieuwbouwbuitenwijk van een redelijk welvarend Brabants dorp het gemiddeld aantal auto’s per voordeur laag te houden.
Onder preventieve maatregelen verstaan we: maatregelen waardoor het totaal aantal auto’s per voordeur in het Geerpark tot een minimum beperkt kan blijven.
Is D66 tegen auto’s. Neen! Moeten we het gebruik van auto’s aanmoedigen? Dat ook zeker niet!
De noodzaak (als men al zo spreken kan) van het bezit van een, twee of zelfs nog meer auto’s kan worden beperkt door het aanbieden van alternatieven; goede fietsvoorzieningen, goed openbaar vervoer, deelauto’s, electro-auto’s etcetera.
Die voorzieningen moeten dan wel tijdig beschikbaar zijn en niet, zoals in het verleden te vaak is gebeurd, pas nadat een hele wijk is opgeleverd. Want dan heeft iedereen ondertussen al een tweede auto.
Moreel gezien is de stelling verdedigbaar dat - in wat de groenste wijk van Nederland moet worden - de derde (of meerdere) fossiele brandstofauto uit één huishouden verboden moet worden. Juridisch is deze stelling waarschijnlijk niet houdbaar.
Artikel 2.5.30 van de Modelbouwverordening dient strikt te worden toegepast.
Dat betekent concreet dat alle woningen zodanige voorzieningen hebben dat alle auto’s van de betreffende bewoners altijd op eigen terrein zullen staan en bij voorkeur zó dat de beeldkwaliteit van de wijk daar niet onder lijdt. Dit commitment kan contractueel worden vastgelegd. Waar onjuiste toepassing van dit artikel toe kan leiden is te leren in het Mondriaanpark. Van de groene ambities komt niets terecht als hier ook maar de kleinste concessie wordt gedaan.
Hierbij wreekt het zich dat het aantal auto’s in de toekomst zeker nog zal groeien. Tussen 1990 en 2007 is het totaal aantal auto’s in Nederland met 44% toegenomen. In veel nieuwbouwwijken is dat goed te zien; ze zijn nu totaal verblikt. Na Flevoland is Noord-Brabant de provincie met het hoogste aantal auto’s per 1.000 inwoners en de groei is er nog niet uit. De cijfers voor Flevoland zijn geflatteerd door de aanwezigheid van autoleasebedrijven, die hun voertuigen in die provincie hebben laten registreren.
In de praktijk voert Noord-Brabant deze lijst aan.
Voor bezoekers van het Geerpark moeten aparte faciliteiten worden gecreëerd, op logische plaatsen, uit het zicht en/of in (betaalde) centrale voorzieningen. Sociale veiligheid is hier een kernthema, anders zullen de voorzieningen niet of onvoldoende worden gebruikt. Overleg met de bewonersorganisaties over waar en hoe deze voorzieningen kunnen worden gerealiseerd zal het gebruik ervan bevorderen.
Als de benadering succesvol is zal handhaving niet of nauwelijks nodig blijken. Maar dat mag niet uitsluiten dat handhaving zal plaatsvinden. Overtredingen bieden niet alleen inzicht in menselijk gedrag en menselijke voorkeuren, ze zijn ook een indicatie voor aantrekkelijkheid van de aangeboden parkeerfaciliteiten.
C. Is het College het eens met de fractie van D66 dat preventie op de allereerste plaats moet staan?En hoe denkt het College dat te bereiken?
Overleg, voorlichting en commitment
Het uitgangspunt voor het Geerpark zou zijn om voor-de-deur-op-straat-parkeren niet toe te staan c.q. niet mogelijk te maken. Parkeren moet dus plaatsvinden op eigen terrein, in ondergrondse voorzieningen of op centrale parkeerplaatsen op maaiveldniveau. Dat gaat ver, maar meer smaken zullen er niet zijn in het Geerpark.
Er mag hierover geen misverstand bestaan bij toekomstige bewoners.
Het overleg kan wel gaan over de vraag waar en hoe de centrale parkeervoorzieningen (voor bezoekers) gerealiseerd kunnen worden. Hoe meer bewoners daarbij worden betrokken hoe groter hun bereidheid om daar goed gebruik van te maken.
In het Geerpark zal indringend en al in een vroeg stadium over parkeren moeten worden gesproken; door ambtenaren, door de politie, door en met (toekomstige) bewoners, door en met (potentiële) kopers, door en met professionals op dit gebied. Er zal consensus moeten worden bereikt en er zal commitment moeten worden gesmeed.
Een goede parkeeroplossing biedt meerwaarde voor het hele Geerpark, voor sommige mensen misschien zelfs nog wel meer dan meanderende slootjes en groene hofjes.
Een slechte of ontbrekende visie op parkeren zet de bijl aan de wortel van de leefbaarheid van de wijk en tast al snel de sociale cohesie en de uitgangspunten van Duurzaam Bouwen aan. Wie daaraan twijfelt die leze wat vakliteratuur.
D. Is het College het eens met de fractie van D66 dat de gevraagde parkeercapaciteit in het Geerpark meer is dan de platte optelsom van individuele verlangens en afdwingbare rechten, maar vooral iets is van een collectief en gedeeld belang, namelijk van een veilige, groene en leefbare openbare ruimte en een doelmatig gebruik van de aangeboden parkeervoorzieningen?
Differentiatie en realisatie
Genoegzaam bekend is dat ‘ondergronds parkeren’ snel tegen de grenzen van het ruimtelijk en financieel haalbare aanloopt. Het is erg duur.
Garages op eigen terrein zijn denkbaar, maar kostbaar en worden vaak te klein ontworpen en mede daardoor op termijn vaak voor andere doelen gebruikt.
Op eigen terrein is er vaak maar weinig plaats. De gemiddelde kavelgrootte is daar vaak niet op berekend, tussen gevel en straat al helemaal niet of men is niet bereid om voor deze extra m2’s te betalen, want parkeren op straat …. dat is toch gratis!
De woningdichtheid per hectare mag in het Geerpark royaal lijken, als men de zeer gewenste en royale publieke groenvoorzieningen in mindering brengt en het bovenevenredige autobezit daar aan toe gaat voegen, dan zal blijken dat het toch nog een grote puzzel is om in het eindstadium 1.100 – 1.500 auto’s op een ordelijke manier achter te laten.
Het zal op slag duidelijk moeten zijn waar wel en waar niet geparkeerd mag worden.
Dit moet blijken uit bebording, uit bestrating, uit P’s en NP’s en uit brochures, affiches en ander zichtbaar voorlichtingsmateriaal.
Het moet aantrekkelijk zijn om te parkeren waar dat gedacht is.
Aantrekkelijk parkeren betekent ook: sociaal veilig en enigszins beschermd tegen inbraak, braakschade en beschadiging van het voertuig. Dat is een (letterlijk) onderbelichte klacht van veel bewoners.
Het moet onaantrekkelijk c.q. onlogisch gemaakt worden waar parkeren niet is gedacht. Het fysiek onmogelijk maken is erg moeilijk, want automobilisten zijn vaak creatiever dan verkeerskundigen.
Uit het oogpunt van capaciteitsbeslag en -benutting zijn collectieve parkeervoorzieningen altijd te prefereren boven individuele.
Naast de vraag hoe deze collectieve voorzieningen moeten worden uitgedetailleerd, rijst de vraag wie de aanleg en het onderhoud moet gaan betalen: de gemeente, de automobilist of de bewoner? En wat te doen met bezoekers?
Differentiatie is hier onvermijdelijk. Wie meer comfort wenst (en kan betalen), die zal ook meer moeten betalen. In alle gevallen zal er een kostendekkend prijskaartje aan moeten hangen, hetzij omgeslagen in de kavelprijs, dan wel voor het dagelijks gebruik van de voorziening. Het is niet acceptabel dat parkeervoorzieningen voor de sociale woningbouw worden gesubsidieerd met financiële middelen uit de vrije sector, want dit gebeurt met andere milieugerelateerde publieksvoorzieningen zoals afvalwaterreiniging en de afvalstoffenverwijdering ook niet.
E. Is het College het eens met de fractie van D66 dat op zeer korte termijn een begin moet worden gemaakt met een intelligente en flexibele uitwerking van schetsen voor gedifferentieerde parkeervisie in het Geerpark?
Voorlichting en handhaving
De gemeente heeft een belangrijke taak als het gaat om voorlichting. Die zal namelijk constant moeten uitleggen dat de wensen van de individuele gemaksconsument in het Geerpark niet te vereniging zijn met die van het grotere collectief. De enige manier om die weerstand te overwinnen is door het aanbieden van aantrekkelijke alternatieven en het strikt handhaven op herhaalde overtredingen.
Het gaat dan bij handhaving niet over de geleverde inspanning, noch over het aantal uitgeschreven bonnen, maar over de bereikte doelen en effecten.
De relaties tussen doelen, middelen en resultaten dienen dan goed (ondubbelzinnig) te worden vastgelegd. Dit vergt een totaal andere aanpak dat die uit de verplichte ambtelijke jaarverslagen over dit onderwerp blijkt.
F. Is het College het eens met de fractie van D66 dat voorlichting aan de burgers zeer belangrijk is en dat handhaving even ongewenst als noodzakelijk is?
De fractie van D66 heeft niet het voornemen of de behoefte om op de stoel van een technisch ambtenaar of verkeersspecialist te gaan zitten.
Wel vraagt D66 het college nadrukkelijk om stelling te nemen met betrekking tot de vragen A t/m F. De antwoorden vormen de hoekstenen voor een integrale visie, die later kan worden uitgedetailleerd.
Bij de keuzes kan nuttig gebruik worden gemaakt van de evaluatie en conclusies voor het Mondriaanpark. De fractie van D66 vraagt het College indringend om een spoedig begin te maken met het ontwikkelen van intelligente en samenhangende visie op parkeren in het Geerpark, een visie die ook bestand is tegen de tand des tijds en waarvan latere generaties kunnen zeggen: ze zijn ook op dit punt heel vooruitstrevend bezig geweest in het Geerpark.
Met de meeste hoogachting,
Han Vonk
Fractieleider
voor D66
----------------------------------------------------------------------------------------------
Nalatigheid kost gemeenschap bijna 7 ton
26 juli 2010
De gemeenteraad van Heusden is op 20 juli 2010 akkoord gegaan met de toepassing van “CleanStones” (dozen met staalslakken) op de te bouwen geluidwerende voorziening langs de A59. De méérkosten voor deze extra voorziening bedragen 9 ton, waarvan bijna 7 ton voor rekening van de gemeente Heusden. Dergelijke voorzieningen zijn überhaupt een taak voor en dus voor rekening van het Rijk, niet voor de gemeente.
De gehele raad, inclusief D66, is er met grote moeite - met uitzondering van GroenLinks die volledig achter de extra voorziening staat - mee akkoord gegaan, ondanks grote bezwaren. Die bezwaren komen er in het kort op neer dat de luchtzuiverende werking van de staalslakken niet is aangetoond. Dat was nu juist een voorwaarde, door de raad gesteld in december 2009. Experimenteel technisch onderzoek is natuurlijk ook al geen taak voor de gemeente.
Die geluidwerende voorzieningen moeten er natuurlijk wel komen, maar dan zonder die overbodige staalslakken. De enige reden waarom de raad nu toch akkoord is gegaan, is dat het risico te groot wordt dat andere bijdragen – provincie en Rijk – aan de geluidwerende voorzieningen anders zouden kunnen wegvallen, vanwege de vertraging die een nieuwe procedure zou geven voor een nieuwe bouwvergunning.
Het college heeft onzorgvuldig gehandeld. Ondanks de eerder door de raad gestelde eisen, is alléén een bouwvergunning gevraagd voor de variant met de staalslakken. En omdat die volgens deskundigen vrijwel zeker niet werken, wordt er dus bijna 7 ton aan gemeenschapsgeld in het water gegooid.
Wethouder Buijs wist nog te vertellen dat het er nu naar uit ziet, dat in de aanbesteding de kosten gaan meevallen en het uiteindelijke verlies beperkt wordt tot ongeveer de helft van de nu goedgekeurde 7 ton. Tel uit je winst.
De raad heeft met zijn instemming de schade die ontstaat door de roekeloosheid - namelijk door niet tegelijk ook een bouwvergunning aan te vragen voor de variant zónder staalslakken - van het gemeentebestuur, nu afgedekt. De betrokken wethouder heeft hiermee, en zeker ook door de manier waarop hij hierover de raad te woord stond, veel van zijn krediet in de raad verspeeld.



word lid







