Mijmeringen
non verbal communication in the Heusden Municipal Council
My name is Dr. Otji Warango. I’m senior scientist at the University of Windhoek, Namibia. I’ve been asked by the European Commission to do a comparative research on the body language of members of the municipal council in the Dutch village of Heusden. Since I neither speak nor understand Dutch I have been selected from a dozen of international researchers. This report has been translated from Swahili into Dutch by Jan van Riebeeck, whose ancestors originate from a Haarsteeg farmer who left his birthplace in the late 17th century to settle in South-Africa. Thanks to him!
Op 15 mei 2012 vond een raadsvergadering plaats in de
gemeente Heusden in het kleine Koninkrijk der Nederlanden.
Dit verslag echter gaat niet over de zaken die besproken of besloten zijn. Nee, dit gaat over de non-verbale acties van de raadsleden.
Het tweede deel bestaat uit de ingezette ondersteunende middelen. Niet de uitgesproken tekst, maar de manier waarop (toon, hoogte, dictie, snelheid, afwisseling, souplesse en beklemtoning).
Als toegift nog enkele waarnemingen waarvan de verklaring zeker speculatief genoemd mag worden, maar die wel een rol spelen op weg naar finale besluitvorming.
De raadsleden zijn om der wille van de privacy geanonimiseerd. Om ze toch te kunnen duiden hebben ze in dit verslag rugnummers gekregen.
De raadsvergadering stond onder leiding van raadslid 2. De kersverse burgervader was met vakantie. Zelfs indien behangen met de ambtsketen ziet raadslid 2 er toch erg casual uit. Is dit de statuur van een plaatsvervangend voorzitter van de Heusdense raad? Hoofd tussen de schouders, voorovergebogen over het papier en soms de weg een beetje kwijt. Hoeveel raadsleden zijn er eigenlijk in Heusden?
Gelukkig worden de A-stukken zonder discussie vastgesteld. De discussie heeft elders plaatsgehad en heeft tot consensus geleid. Er blijven drie punten van discussie over. Zou de discussie tussen de verschillende stamhoofden leiden tot wijziging van standpunten of zelfs maar tot verrassende standpunten? Laten we zien.
Bij het eerste punt, de legesverordening, vragen de leden 18, 19 en 21 het woord. Lid nummer 19 leest van papier, in elk geval kijkt naar zijn papier en af en toe omhoog naar de voorzitter. Houdt zijn hand onder de kin, alsof het hoofd er anders af kan vallen. Lid nummer 18 kijkt eveneens naar het papier, wiebelt met de voet en spreekt in de ik-vorm. Lid nummer 21 draagt een katoenen ruitjeshemd, heeft een losse spreekstijl en kijkt zowaar de voorzitter aan. Leunt wel zwaar met de ellebogen op tafel, als hij zijn armen niet voor zich op de tafel over elkaar heeft gelegd of zijn handen onder tafel houdt.
De wethouder die staat, reageert vrij statisch. Spreekt keurig in de wij-vorm. Sluit resoluut af met ´voorzitter, ik heb de vragen beantwoord´.
De tweede termijn brengt een herhaling van zetten. De wethouder toont begrip, maar geen flexibiliteit. Van emoties of sentimenten verraden de sprekende hoofden geen spoor. Een legesverordening lijkt het non plus ultra van grijze, ambtelijke expressie. Alles blijft bij het oude.
Bij het tweede punt, het GVVP, vragen de leden 7, 22, 23, 12, 21 en 26 het woord. Alle leden lezen voor. De een letterlijk, de ander misschien aan de hand van steekwoorden. Gedurende 90% van de tijd is het woord gericht tot de plaats waar het vandaan kwam; het voorliggende papier. Het papier luistert, noch antwoordt. De toon is gemiddeld genomen vlak; weinig intonatie, weinig tempowisselingen en dus weinig spanning. Vreemd eigenlijk, want bij de burgers van het dorp maakt het GVVP veel los. Bij sommigen bevestigt de lichaamstaal de boodschap. Bij anderen verraadt de lichaamstaal slechts spanning (wiebelende voeten, toegeknepen vuisten, doelloos zwaaiende armen, draaiende stoelen, onbedoelde pauzes of uuuuhhhs). Eenmaal is het armgebaar functioneel, namelijk als de voorzitter vergeet het woord aan raadslid 26 te geven. Het appèl wordt gezien.
In zijn antwoord oogt de wethouder vriendelijk, maar niet heel overtuigend. Hij beweegt rustig, maar ook onzeker. Het is alsof hij de buikspreekpop van zijn ambtenaren is, naar wie hij geregeld kijkt en van wie hij goedkeurende blikken lijkt te verwachten. Friemelt met zijn pen. Hij probeert de angel ui de vis te halen door de politieke kwesties te reduceren tot technische onderwerpen. Dan hoef je er niet over in debat en valt het minder op dat je geen allesomvattende visie hebt. Bij de heikele punten krijgt hij steun in de rug van een collega, die in een keurig maatkostuum gestoken is en als een van de weinigen een gezagsonderstrepende stropdas draagt.
In de tweede termijn komen de vrouwen uit deze gemeente aan het woord. Is dat een tribale gewoonte? Eerst een mevrouw met rugnummer 3, die op vrij dwingende toon een toezegging van de wethouder probeert los te krijgen. Dan een vriendelijke, doch kleine mevrouw met rugnummer 22, die – God weet waarom – met verkleinwoordjes strooit. Heeft het een iets met het ander te maken? Tot slot mevrouw nummer 27, die zonder papier spreekt.
In het antwoord op de tweede termijn blijft de wethouder vriendelijk en onverstoord kijken. Alsof hij zeggen wil, jullie praten maar lekker. Opvallend is dat hij losjes uithaalt naar het busvervoer; hoge kosten en weinig bijdrage aan de transportmodaliteit. Hoe anders is dat bij ons in Windhoek! Andermaal krijgt hij steun van de grote blonde meneer in de power dress.
Het derde punt, de fusie van ISD en WML, begint met een brede instemming in woord en gebaar. De toon is rustig en laag. Rugnummer 19 verdedigt het collegevoorstel met verve. Later blijkt dat nummer 19 al lid is van het AB van de ISD en geeft behoefte heeft aan zelfkastijding. Hij wenst de nieuwe directeur zelfs een salaris toe dat minstens op het niveau van de MP ligt. Het lid nummer 26 komt wat moeizaam op gang als het gaat over dualisme. Dat kennen wij in Afrika onder de naam ‘apartheid’. Bestuurders en controleurs moeten hebben verschillende verantwoordelijkheden en moeten in verschillende vakken plaatsvinden. Zwart links, wit rechts. Hij schijnt wel vrienden te hebben in de raad, maar ook tegenstanders. Zo meldde zich tijdens de schorsing een meneer met rugnummer 16 aan zijn tafel, geflankeerd door een dame met rugnummer 18, die in tamelijk opgewonden toestand en zelfs licht intimiderend hun verhaal deden, een verhaal dat juist het tegenovergestelde leek in te houden. De nummers 18 en 16 stonden en keken naar beneden. Nummer 26 keek lankmoedig omhoog.
De keurige en vriendelijke wethouder probeerde de commotie te relativeren. Schijnbaar wilde ze anderendaags niet in de krant met de mededeling dat de raad een uur had besteed aan haar eigen positie, daar waar veertig tijdelijke contracten niet werden verlengd en honderden mensen afhankelijk zijn van de uitkeringsorganisatie, zoals dat in het Nederlands heet. Ze sprak duidelijke taal en korte zinnen. Probeerde te verbinden, zonder haar eigen visie te verloochenen. Een keer brak haar de poging tot relativeren op. Ze zei iets lelijks tegen lid nummer 26: u bent formalistisch. Ze had beter kunnen zeggen, u bent recht in de leer of formeel heeft u gelijk, maar zo doen we het hier niet. Ik meen te kunnen zeggen dat pogingen tot overreding van wethouders regelmatig stranden in de overdrijving. De wethouder laat zich meevoeren door de eigen emotie en daardoor blokkeert de persoon die wordt toegesproken. Wij in Namibië zijn emotie. De ratio is hier veel minder belangrijk en wordt eigenlijk alleen ingezet als een manier om mensen om de woestijn heen te leiden.
Het vrouwelijke rugnummer 27 leek etnisch verwant aan de wethouder. Ze relativeerde de zaak en sprak met lage stem. De vrouwtjes met rugnummer 18 en 22 leken van een andere stam, waar hoge stemmetjes genetisch bepaald leken.
Aan het eind van de avond kwam het tot stemming bij
handopsteken. Dat schijnt in het koninkrijk aan de zee de enige vorm van geformaliseerde lichaamstaal. Sommige mannelijke rugnummers vroegen vlak voor de
stemming nog een keer het woord om hun late of broze mening toe te lichten. De
wethouder leek opgelucht met de uitkomst van de stemming. Er waren evenveel
mensen die meer macht wilden toekennen aan de stamhoofden in de raad als die
juist minder macht wilden. De waarheid lag precies in het door haar geschatte
midden. Gelukkig leek ze er bepaald niet mee dat de rugnummers in de raad vooral over hun eigen
positie spraken, niet zuiver in de leer leken en de voordelen van de fusie
nagenoeg onbesproken lieten.
Wat zouden wij in Namibië blij geweest zijn met een organisatie waar je als werkloze geld kunt ophalen. Of een club die je in een beschermde omgeving leert om te werken. De blijdschap zou werkelijk van ons gezicht afstralen! We zouden dansen van plezier! En wie dáár ambtenaar mocht spelen die was werkelijk de koning te rijk. En dan de baas van het spul, die – o foutje - zelfs meer dan de MP moest gaan verdienen. Meneer Barosso, ik blijf nog eventjes in Europa. Heeft u nog een baan als onderzoeker voor mij?
best regards
Dr. Otji Warango, Windhoek University - Namibia
De effectiviteit van vragen ex-artikel 61
De Heusdense manier van werken wordt gekenmerkt door drie sleutelwoorden: innovatief, integraal en flexibel. Aldus de gemeente Heusden
Nu raken weinig bestuurlijke begrippen zo snel sleets als juist deze drie. Flexibel en innivatief wordt door de burger maar zelden geassocieerd met bestuurlijke organisatie en met gemeentelijke ambtenaren. Of dat terecht is, is twee. Het beeld is in elk geval hardnekkig. Integraal is een woord dat verplicht lijkt in de aanhef van elk beleidsstuk. Is het beleid niet integraal, dan passeert het tegenwoordig niet eens meer het bureau van de gemeentesecretaris.
In de begindagen van de aanwezigheid van D66 in de Heusdense Raad stelde D66 betrekkelijk veel vragen aan het College conform artikel 61 van het reglement van orde. Dat wil zeggen dat dan iedereen kan meelezen, zowel voor de vraag als voor het antwoord. Wij meenden daarme drie doelen te dienen; bestuurlijke transparantie, exposure voor onszelf en pressie.
De noodzaak tot transparantie is wat ons betreft onveranderd.
Nu D66 locaal op de kaart staat, is de noodzaak van exposure via art.61 vragen voor D66 enigszins verminderd.
Als pressiemiddel blijken vragen ex-artikel 61 in het geheel niet te werken. Sterker nog, ze werken averechts. Omdat de antwoorden voor iedereen mee te lezen zijn zijn ze als regel vaak, vrijblijvend, ontwijkend en zelfs nietszeggend. D66 houdt er daarom mee op. Het middel heeft voor ons volledig afgedaan. De antwoorden zijn, nog los van de inhoud, politiek gezien eerder frustrerend dan bevredigend. We zullen er geen gebruik meer van maken, behoudens in uitzonderlijke gevallen.
D66 begrijpt best dat ambtenaren en politici er soms geod aan doen om, zoals dat heet, opties zo lang mogelijk open te houden. Vaagtaal kan functioneel zijn. Tegen dit soort vaagtaal is onze 'wazzie-trofee' dan ook niet gericht. Maar duidelijke vragen vragen wel om duidelijke antwoorden. Het is opmerkelijk om te zien hoe veel beter de gemeente Den Bosch met art. 61 vragen omgaat. Strakke vragen leiden daar steevast tot strakke antwoorden. Het ligt schijnbaar niet in de politieke cultuur van een plattelandsgemeente om het instrument van een art. 61 vraag te hanteren zoals het door de politiek is bedoeld. Des te verwonderlijker is het te zien hoe snel en duidelijk wij van het College bruikbare antwoorden krijgen als we bewust voorbijgaan aan art.61. Kennelijk pruimt de gemeente Heusden geen bestuurlijke transpartie, wil ze niet meewerken aan politieke exposure en laat ze zich niet blootstellen aan externe pressiemiddelen. Ga je in zo'n geval als politieke partij voor je principes of voor resultaat? Een reusachtig dilemma.
Doorslaggevend was in dit geval de ervaring met een langlopend dossier waarbij een mondige en klagende bewoner zes jaar lang de tanden stukbeet op goed georganiseerde ambtelijke tegenwerking. Een informeel verzoek van onze fractievoorzitter aan de verantwoordelijke wethouder deed wonderen. Op slag werd het probleem opgelost. Zo gaat het soms in een dorp. Gaat het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Dat is heel erg D66!
uw afdelingsvoorzitter
Koninginnedag 2012
Trouwe Leden
Vandaag (1 oktober 2011) bij de trouwe ledendag van D66 in de TK in Den Haag geweest. Een aantal oude bekenden ontmoet, vooral uit het Brabantse.Bij 500 aanmeldingen van mensen die ononderbroken 15 jaar lang of langer lid zijn geweest hebben ze de inschrijving maar gestopt. Goede atmosfeer, professionele organisatie, slim programma. De kroonjuwelen lijken definitief begraven. Daar zijn vijf richtingaanwijzers voor in de plaats gekomen, als reactie op een overgangsperiode van tamelijk richtingloos pragmatisme. Die richtingaanwijzers beginnen nu te wortelen. De partijorganisatie is de laatste vijf jaar aanzienlijk doortastender en robuuster geworden; avonturiers worden op afstand gehouden, specialisten worden aangetrokken. Dat werpt vruchten af!
O ja, opmerkelijk zijn de ondertussen wel bizarre veiligheidsmaatregelen in het gebouw van de Tweede Kamer. Wat nog ontbreekt zijn de uniformen van El Al.....
de afdelingsvoorzitter, 1 oktober 2011
Stukken (vervolg)
De griffie attendeert raadsleden en fractieondersteuners soms op heel bijzondere bijeenkomsten.Zo vindt op donderdag 1 september 2011 in een pas geopende hotspot in Breda een bijeenkomst plaats over inclusief locaal arbeidsmarktbeleid van gemeentelijke organisaties.
De bijeenkomst is primair bedoeld voor beleidsmedewerkers (die zitten aan één bureau) en beleidscoördinatoren (die zitten tussen twee of meer bureaus). De ochtend wordt georganiseerd door het ministerie van BZK, door een instituut en een adviseur.
Een drietal "verhelderende" citaten uit de uitnodiging:
- "De gemeente als aanjager van inclusief denken".
- "Projecten die dwars door de kokers van budget, beleid en uitvoering heen uitstekende resultaten boeken, om vervolgens in het projectencaroussel en de inbeddingsmolen te verdampen".
- "De GIA bevordert verticale afstemming tussen Rijks- en gemeentebeleid rond integratie en horizontale uitwisseling tussen gemeenten met als doel integratie te bevorderen".
Toen ik de uitnodiging gelezen had voelde ik hevige buikkrampen.
Waar gaat dit in hemelsnaam over? Hoeveel belasting- en subsidiegeld is hiermee gemoeid? Wat moet het effect zijn? Ik durf niet eens te denken aan de in rekening gebrachte uurtarieven. Dat zou pas echt pervers zijn.
Er zijn nogal wat zelfstandig gevestigde D66-consultants actief op dit terrein .....
Opeens schoot door mijn hoofd dat ik drie jaar geleden eens op bezoek was bij de de directeur van ROTEB. ROTEB is de grootste werkgever in Rotterdam. Het gemeentelijk reinigings-, leer- en werkbedrijf werd geleid door een vakbondsman-type-jaren-zestig. Korte zinnen. Mensgericht, solidair, daadkrachtig en effectief. Duizenden Rotterdamse allochtonen zijn dankzij zijn rechttoe-rechtaan benadering weer aan het werk gekomen, kregen zelfrespect en namen kansen. Het is van een werkelijk verbluffende eenvoud. Rotterdams tot in de vezels: geen woorden maar daden!
Als ik als allochtoon in Nederland dreigde te moeten kiezen tussen verdampen in een projectcaroussel of aan de slag bij ROTEB, dan hoefde ik niet lang na te denken: ROTEB.
de afdelingsvoorzitter, 5 augustus 2011
Stukken
Als raadslid krijg je veel stukken voor de kiezen. Door internet en email nog meer dan vroeger, omdat er toen nog een rem zat op het aantal kopieën dat de bode voor je wilde maken.Sommige ambtelijke stukken zijn pareltjes. Ze bieden inzicht in problematiek waar je eerder nauwelijks iets van wist en geven toch houvast voor een verantwoorde beslissing en dito uitvoering c.q. controle. Ze geven je energie.
Andere stukken stellen de lezer op de proef. Je moet zelf de probleemstelling in het stuk terugzoeken of opnieuw verwoorden. Stukken blijken niet compleet en soms overcompleet, wat het beoordelen ervan niet makkelijker maakt. Maar, een ervaren lezer komt er wel uit. Al dan niet na mondelinge toelichting en discussie.
Ervaren raadsleden zijn hier duidelijk in het voordeel. Maar dat is tegelijk een valkuil, want zo leren de schrijvers nooit goed schrijven.
Er zijn helaas ook stukken die nergens over gaan en nergens op lijken.
Geen probleemstelling, geen doelstelling, geen voorstel, geen verantwoordelijkheidstoedeling, niets. Alleen maar ambtelijk gebrabbel.
Je kunt daar als raadslid op drie manieren mee omgaan.
Negeren, in het vertrouwen dat er anderen zijn die het wel begrijpen.
Modificeren, in de hoop dat er dan tenminste nog iets van blijft hangen.
Opponeren, met de bedoeling in de toekomst verschoond te blijven van dergelijke non-papers.
Wat D66 betreft behoeven ambtelijke stukken niet allemaal hoogdravende literatuur te zijn. Sommige kwesties zijn nu eenmaal wat ze zijn: noodzakelijk, dodelijk saai, maar wel duidelijk, althans voor wetgevingsjuristen.
D66 verwacht van de beleidsschrijver wel dat die zich in de lezer verplaatst. Of dat nu een politicus of een burger is, dat maakt niet veel uit.
Sommige stukken zijn gewoon te slecht geschreven voor behandeling door de Raad. Deze Raad is erg coulant. Gelukkig zijn er een paar die dan niet in de verleiding komen om detailvragen te gaan stellen om daarmee de schijn te wekken dat ze het wel begrepen hebben.
Stukken terugverwijzen naar de ambtenaren gebeurt mondjesmaat en heel voorzichtig.
Wat D66 betreft zou dat toch wat vaker moeten gebeuren. Voorzichtig, maar niet tè ....
de afdelingsvoorzitter, 5 juli 2011




